Feiten en cijfers over de zaak Niemans Beton

Omdat er veel vragen zijn hebben we de feiten en cijfers over deze rechtszaak op hoofdlijnen op een rij gezet.

Aanleiding 

Begin december heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de rechtszaak tussen Niemans Beton en de gemeente Vijfheerenlanden. Deze zaak is de langstlopende in de Nederlandse geschiedenis, namelijk 44 jaar in 2020. Omdat veel mensen zich afvragen waarom deze zo lang heeft geduurd, waarom er € 92 miljoen moet worden betaald en of er nu eindelijk een punt achter gezet kan worden, hebben we hieronder de feiten en cijfers over deze rechtszaak op hoofdlijnen op een rij gezet.

De geschiedenis 

Niemans Beton in Vianen wilde in 1976 haar bedrijf uitbreiden. Het toenmalige industrieschap Hagestein-Vianen verkocht daarvoor een stuk grond aan Niemans Beton. Over die grondtransactie is vanaf begin jaren 70 gesproken met het bedrijf. Bij  het Industrieschap bestond twijfel of Niemans Beton wel van plan was zijn fabriek uit te breiden. Het industrieschap weigerde de grond te leveren waarop Niemans Beton een juridische procedure gestart. Uiteindelijk werd het industrieschap door de rechter veroordeeld de grond te leveren.

Naar aanleiding van die veroordeling werd de grond in 1981 alsnog (in gewijzigde vorm) geleverd. Wel tekende het industrieschap beroep in cassatie aan. Dat beroep leidde uiteindelijk in 1987 tot een arrest van de Hoge Raad waarin de veroordeling van het industrieschap werd bevestigd. Vervolgens startte Niemans Beton rond kerst 1990 een rechtszaak om de schade die het bedrijf had geleden als gevolg van de te late levering van de gronden vergoed te krijgen. Die procedure is voorlopig afgerond met een uitspraak van de rechter dat de gemeente Vijfheerenlanden, waar Vianen tegenwoordig onderdeel van uitmaakt, ruim € 90 miljoen aan Niemans Beton moet betalen.

Het industrieschap Hagestein-Vianen was een zogenaamde gemeenschappelijke regeling (GR). Bij de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1986 werd deze GR opgeheven. De rechten en plichten werden door de gemeente Vianen overgenomen.

De uitspraken (chronologisch)

1 september 1993:

De Rechtbank Dordrecht wijst de vordering tot schadevergoeding van Niemans Beton af omdat het bedrijf niet heeft kunnen aantonen dat zij: “in de jaren 1975 tot 1982 steeds gereed heeft gestaan om haar uitbreidingsplan te realiseren en de markt te veroveren op de wijze als door haar gesteld doch daarin werd verhinderd door de wanprestatie van gedaagde en dientengevolge de door haar gestelde schade door winstderving heeft geleden.” Een belangrijke overweging voor deze conclusie van de rechtbank was dat Niemans Beton in de periode dat ze niet over de gronden van het Industrieschap kon beschikken, aanmerkelijk meer zou hebben kunnen produceren dan ze in werkelijkheid heeft gedaan. 

6 maart 1997:

Niemans Beton gaat tegen het vonnis van de rechtbank in hoger beroep bij het Gerechtshof in Den Haag (hierna: het Hof). In deze procedure is op 15 december 2020 einduitspraak gedaan.

Het Hof geeft op 6 maart 1997 aan Niemans Beton de opdracht te bewijzen dat het bedrijf begin 1976 wilde overgaan tot grootschalige uitbreiding van haar fabriek en daarvoor alles ook klaar had liggen. Op 19 december 2002 levert Niemans Beton dit bewijs.

Het Hof oordeelt dat Niemans Beton heeft aangetoond dat zij grootschalig zou hebben uitgebreid als de gemeente de gronden op tijd zou hebben geleverd.

19 mei 2005:

Het Hof benoemt een Commissie van Deskundigen. Deze krijgt de opdracht te rapporteren over wat de marktgevolgen zouden zijn in termen van effect op afzet en prijzen, wanneer Niemans Beton grootschalig had uitgebreid. In september 2008 wordt dit rapport opgeleverd. Op 24 november 2009 neemt het Hof de conclusies uit het rapport van deskundigen over.

21 december 2010:

De Commissie van Deskundigen krijgt opdracht de schade te berekenen Nadat de deskundigen zich hebben uitgelaten over het effect op de afzet en prijzen van grootschalige toetreding door Niemans krijgen deskundigen de opdracht om de schade te berekenen. Die opdracht komt tot stand op verzoek van beide partijen.

November 2014:

De Commissie van Deskundigen brengt haar eindrapport uit. De Commissie hanteert een methode waarbij de schade contant gemaakt wordt naar het moment van schade. Zij komt uit op een schadebedrag per 1 januari 1976 van circa € 900.000. Afhankelijk van de toepasselijke rente komen deskundigen uit op een totaal schadebedrag tussen € 1,5 miljoen en € 15 miljoen per 31 december 2013.

Er ontstaat verschil van mening over de door deskundigen gehanteerde schadeberekeningsmethode. Het Hof besluit daarom eerst een tussenuitspraak te doen over de schadeberekeningsmethode.

8 augustus 2017:

Het Hof beslist dat de door deskundigen gehanteerde berekeningsmethode als uitgangspunt voor schadeberekening genomen kan worden, maar schrapt wel een belangrijk onderdeel van de berekeningsmethode. De deskundigen hielden in hun rapport rekening met het ondernemersrisico dat Niemans Beton zou hebben gelopen als het bedrijf haar fabriek zou hebben uitgebreid. Daarvoor werd een percentage in mindering gebracht. Dit onderdeel komt te vervallen. Deze beslissing betekent dat het schadebedrag stijgt naar een bedrag van € 39 miljoen.

31 oktober 2017:

Op verzoek van de gemeente is er een schikkingscomparitie. Vianen doet een bod van € 10 miljoen  en geeft aan verdere stappen te willen zetten. Niemans Beton doet een ‘eindbod’ van € 52 miljoen. Dat eindbod ligt de ver af van wat de gemeente bereid is te betalen. De procedure wordt voortgezet.

8 november 2017:

Na het mislukken van de schikkingscomparitie wordt besloten beroep in cassatie in te stellen tegen het tussenarrest van 8 augustus 2017. De gemeente verzet zich tegen het aanpassen van de schadeberekeningsmethode door het Hof.

30 augustus 2019:

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt het arrest van het Hof van 8 augustus 2017. Daarnaast bevat het arrest van de Hoge Raad een  bijzin waarvan niet direct duidelijk is hoe deze geïnterpreteerd moet worden: “In deze overweging ligt besloten dat het hof op grond van nader partijdebat nog zal beslissen op welke wijze de per 1 januari 1976 berekende schade met wettelijke rente dient te worden vermeerderd, en of in verband met de berekening van de rente eventueel nog aanpassing van de schadeberekening noodzakelijk is”.

7 oktober 2019:

De gemeente Vijfheerenlanden verzoekt het Hof om voortzetting procedure. De eerste stap is een comparitie van partijen. De gemeente geeft aan bereid te zijn te willen schikken binnen de bandbreedte van de uitspraak van het hof van 8 augustus 2017. Niemans Beton wil niet voor minder dan € 72 miljoen schikken.

14 januari 2020:

Na de uitspraak van de Hoge Raad over het tussenarrest van het Hof moet de procedure bij het Hof over de resterende geschilpunten nog worden afgerond. Één van die punten is de toepasselijke rente: moet deze enkelvoudig of samengesteld zijn?

Maart 2020:

Beide partijen geven een schriftelijke reactie op de nog resterende geschilpunten. Niemans Beton doet aansluitend een verzoek om pleidooi te mogen houden. Dat pleidooi vindt plaats op 28 september 2020. Als datum voor uitspraak wordt 15 december 2020 bepaald.

15 december 2020:

Nadat het Hof eerder al de correctie voor het door Niemans Beton gelopen ondernemingsrisico had geschrapt, beslist zij nu dat het contant maken van het schadebedrag naar 1 januari 1976 kan worden geschrapt. Het schadebedrag stijgt daardoor naar € 92 miljoen.

“Dit betekent dat het hof het contant maken van bedragen naar 1 januari 1976 zal schrappen en dat voor ieder van de jaren 1976 tot en met 1988 en voor de restperiode de schade apart zal worden vastgesteld, waarna de resulterende schadebedragen (of voordelen) voor het betreffende jaar en voor de restperiode worden opgerent met de enkelvoudige wettelijke rente tot het moment van betaling.” Dit betekent dat over de per jaar verschuldigde schade rente wordt berekend.

Het arrest moet voor een bedrag van € 42 miljoen direct betaald worden. Voor € 50. miljoen dient Niemans Beton een bankgarantie af te geven. Om die bankgarantie heeft de gemeente gevraagd omdat de claim door Niemans is ondergebracht in GABO B.V. Die B.V. is leeg en heeft een negatief eigen vermogen.

17 december 2020:

Er wordt betaling van € 92 miljoen gevorderd, te voldoen binnen twee dagen na betekening. De gemeente betaalt op 18 december € 42 miljoen. Voor betaling van de resterende € 50 miljoen wordt Niemans Beton meegedeeld dat eerst een bankgarantie moet worden afgegeven.

Het bedrag

Het bedrag van € 92 miljoen is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  • circa € 80 miljoen voor geleden schade en rente
  • circa € 12 miljoen aan proces- en juridische kosten

Een bedrag van € 42 miljoen is reeds betaald. Voordat een volgend bedrag van € 50 miljoen betaald wordt wacht de gemeente nog op een bankgarantie van Niemans Beton. De bankgarantie is nodig omdat in de procedure nog beroep in cassatie mogelijk is. Als een mogelijk beroep leidt tot een lager schadebedrag dan is er een garantie nodig dat de gemeente het teveel betaalde bedrag terugkrijgt.

Gevolgen voor gemeente en inwoners

De vraag is wat deze uitspraak betekent voor de gemeente Vijfheerenlanden en haar inwoners.

Allereerst is het zo dat de gemeente een groot deel van dit bedrag kan betalen. Er was ruim € 40 miljoen euro gereserveerd voor een eventuele schadevergoeding. Dat bedrag is ook al betaald. Voor de overige € 50 miljoen zal de gemeente een beroep doen op haar reserves.

Omdat daardoor een flinke aanslag op de gemeentelijke spaarpot wordt gedaan, zal de gemeente de komende jaren keuzes moeten maken. Waarin wordt nog wel geïnvesteerd en waarin niet? Dat is een belangrijke vraag waar de gemeenteraad de komende maanden over in gesprek gaat. Zoals het nu lijkt is het niet nodig om de belastingen voor inwoners en ondernemers te laten stijgen. Het normale huishoudboekje van de gemeente is namelijk goed op orde.

Waarom heeft deze zaak zo lang geduurd?

De gemeente werd aanvankelijk door de rechtbank Dordrecht in het gelijk gesteld. Niemans Beton moest aantonen dat het uitbreidingsplannen had. Daarin is het bedrijf in 2002 geslaagd. Toen pas kwam de berekening van de werkelijke schade aan de orde. Dat is een ingewikkeld proces waar een commissie van deskundigen voor is benoemd. Op de snelheid van rapporteren heeft de gemeente geen invloed. Vanaf het moment dat de deskundigen hun rapport hebben opgeleverd was de gemeente bereid te schikken op basis van de uitkomsten van het deskundigenrapport.

Was dit niet al bekend bij de fusie?

Op dat moment lag er een rapport van door het Hof benoemde Commissie van Deskundigen. Daar kwam een schadebedrag uit (inclusief rente) tussen de € 1.500.000 en € 15.000.000. Voor dat bedrag had de toenmalige gemeente Vianen geld gereserveerd.

Waarom is er niet meer geld gereserveerd?

Wat in de jaarrekeningen is opgenomen betrof de financiële consequenties van de toen meest recente rechterlijke uitspraak.

In 2016: € 1,5 miljoen, als uitvloeisel van het rapport van de Commissie van Deskundigen uit 2014. 

In 2017: € 10 miljoen, als uitvloeisel van uitspraak Gerechtshof 2017, waarbij de raad Vianen vertrouwelijk is geïnformeerd over de aanvullend beschikbare stille (niet bestemde) reserves van Vianen. Dit was een bedrag van €19 miljoen. De accountant van Vianen was hiermee akkoord. Dit was achteraf gezien onjuist. In 2018 heeft namelijk de nieuwe accountant er op gewezen dat op grond van de uitspraak van het Hof in 2017 dit € 41 miljoen had moeten zijn. Zie ook 2018 en 2019.

In 2018 en 2019: € 41 miljoen. Op aangeven van accountant Baker Tilly is het bedrag verhoogd naar het werkelijke schadebedrag op grond van de uitspraak van het Hof 2017 en de verloren cassatie bij de Hoge Raad uit 2019.

In 2020: € 92 miljoen op basis van de uitspraak van het Hof van december 2020. Met een worst-case-scenario hoeft in de jaarstukken geen rekening te worden gehouden. Rekening moet worden gehouden met het financiële effect van de meest recente rechterlijke uitspraak. De colleges en raden (en daarna college en raad) zijn steeds ook vertrouwelijk geïnformeerd over een eventueel worst-case-scenario, zeker vanaf 2017.

Waarom zet de gemeente er nu geen punt achter?

Omdat deze claim betaald wordt met gemeenschapsgeld. Geld dat bestemd is voor investeringen in de gemeente, voor de inwoners van Vijfheerenlanden.

De gemeente laat onderzoeken of cassatie kans van slagen heeft omdat de uitspraak van het Hof enorm afwijkt van wat we op basis van alle rapporten en uitspraken die er al waren hadden verwacht. Misschien zetten we er wel een punt achter. Maar we willen wel eerst de uitspraak van het Hof laten toetsen op wat de kansen zijn om het schadebedrag naar beneden te kunnen brengen.

Waarom is dit zo’n groot bedrag geworden?

Het Hof heeft de belangrijkste elementen van de schadeberekeningsmethode geschrapt. Eerst door te bepalen dat er in de berekening geen rekening hoefde te worden gehouden met het ondernemersrisico dat Niemans zou hebben gelopen als hij zijn fabriek zou hebben uitgebreid. En daarna door te bepalen dat de jaarschades niet langer naar een peildatum in het verleden hoefden worden teruggerekend. Daardoor is de schade zo groot geworden. Omdat het schadebedrag veel hoger is uitgevallen moet er over dat schadebedrag ook nog veel meer rente betaald worden.

Had de gemeente niet eerder moeten ingrijpen?

De gemeente heeft steeds verweer gevoerd in de procedure. Dat het Hof tot twee keer toe uitgangspunten van door het Hof zelf benoemde deskundigen wijzigt, is iets waar de gemeente niet op heeft kunnen ingrijpen. Uiteindelijk beslist de rechter. Wat we wel hebben gedaan is een aantal keer het initiatief genomen om tot een schikking te komen.

Waarom heeft de gemeente niet meer geld gereserveerd voor deze claim?

De gemeente heeft bij elke stand van de procedure een inschatting van het financiële risico gemaakt. In die inschatting konden zowel accountant als de provincie zich vinden.

Waarom komt de gemeente nu onder toezicht van de provincie te staan?

Door de uitspraak van het Hof komt de begroting die voor 2021 en verder is vastgesteld in een ander licht te staan. De provincie wil weten wat de gevolgen zijn voor de financiële positie van de gemeente. Totdat de provincie ziet hoe de gemeente deze gevolgen verwerkt, is er sprake van aangescherpt toezicht door de provincie. Dat heet ‘preventief toezicht’ en is een normale gang van zaken in dit soort situaties.

Hoe vond het provinciaal toezicht de afgelopen jaren plaats?

Vanwege deze zaak stond de gemeente Vianen van 2010 en 2012 onder preventief toezicht van de provincie. Op basis van de risico-inschattingen in die tijd is dat toezicht weer opgeheven.

De afgelopen jaren heeft de provincie op basis van de risico-inschattingen geen aanleiding gezien de gemeente voor deze kwestie onder preventief toezicht te stellen.

Hoe moet dit bedrag betaald worden?

Allereerst is het zo dat de gemeente een groot deel van dit bedrag kan betalen. Er was ruim €40 miljoen euro gereserveerd in de spaarpot van de gemeente om eventuele schadevergoeding te kunnen betalen. Dat is ook al betaald. Voor de overige 50 miljoen zal de gemeente een beroep doen op haar reserves, de spaarpot als het ware.

Omdat daardoor een flinke aanslag op de gemeentelijke spaarpot wordt gedaan, zal de gemeente de komende jaren keuzes moeten gaan maken. Waar wordt nog wel in geïnvesteerd en waarin niet? Dat is iets waar de gemeenteraad de komende maanden over in gesprek gaat.

Heeft de gemeente wel de goede advocaten ingeschakeld?

Er zijn in dit ingewikkelde dossier veel verschillende experts ingeschakeld om het standpunt van de gemeente voor het voetlicht te brengen. Advocaten, bedrijfseconomen en waarderingsdeskundigen. Allen verbonden aan goed bekendstaande kantoren.