Geef hulpverleners de ruimte

Bij calamiteiten moet de brandweer snel ter plaatse kunnen komen, want de eerste minuten zijn van levensbelang. Geparkeerde auto’s zijn vaak een probleem voor brandweerwagens. Vooral in smalle straatjes is het een probleem. Fout geparkeerde auto’s maken het nog lastiger om op tijd bij het brandadres te zijn.

Bij calamiteiten moet de brandweer snel ter plaatse kunnen komen, want de eerste minuten zijn van levensbelang. Geparkeerde auto’s zijn vaak een probleem voor brandweerwagens. Vooral in smalle straatjes is het een probleem. Fout geparkeerde auto’s maken het nog lastiger om op tijd bij het brandadres te zijn. Een auto geparkeerd in een krappe bocht bijvoorbeeld is natuurlijk absoluut niet handig. Wat is 4x beter? 

Tip 1. Zet uw voertuig vijf meter uit de bocht

De doorgang wordt regelmatig belemmerd door voertuigen die in een bocht zijn geparkeerd. Een brandweervoertuig heeft een grote draaicirkel. Parkeer daarom niet in een bocht of opeen kruispunt.

Tip 2. Probeer een ruime doorgang te houden

In veel straten staan aan één zijde lantaarnpalen, bomen of paaltjes. Parkeer in smalle straten aan die zijde. Bij calamiteiten kunnen de nood- en hulpdiensten indien nodig over het vrije trottoir rijden.

Tip 3. Gebruik alleen de parkeervakken

In een aantal straten zijn parkeervakken aangelegd. Daarbij is rekening gehouden met de bereikbaarheid van de nood- en hulpdiensten. Parkeer in deze straten niet buiten deze vakken. Als in smalle straten aan twee zijden wordt geparkeerd, dan kan het brandweervoertuig niet parkeren als daar een noodgeval is. Houd daarom een vrije ruimte van minimaal 3.50 meter over.

Tip 4. Zet de auto niet voor afsluitpaaltjes en -hekken of op een brandkraan

In enkele straten zijn afsluitpaaltjes of -hekken geplaatst. Deze kunnen door de nood- en hulpdiensten worden geopend tijdens een calamiteit. Uit de brandkraan haalt de brandweer water tijdens een calamiteit. Parkeer niet voor deze paaltjes, hekken of op een brandkraan.